Lezing: Matteüs 17, 1-9
Voorganger: ds. Dick van der Vaart
Gemeente van Christus,
We lazen uit het evangelie van Matteüs. Waarschijnlijk was hij één van de twaalf discipelen van Jezus. Voordat hij door Jezus geroepen werd om hem te volgen was hij tollenaar. Hij schreef zijn evangelie waarschijnlijk in het jaar 80 na de geboorte van Christus toen hij al 79 jaar oud was. Hij woonde toen in Antiochië, de hoofdstad van Syrië waar een grote Joodse gemeenschap was. Bij het schrijven van zijn evangelie lag het evangelie van Marcus naast hem op tafel. Hij heeft het evangelie van Marcus voor een belangrijk deel bijna letterlijk overgenomen. Om het evangelie van Jezus aan de mensen in zijn omgeving nog duidelijker te maken, voegde hij aan het evangelie van Marcus de bergrede toe. De bergrede was een verzameling van uitspraken van Jezus die Hij in het Aramees gedaan had. Matteüs vertaalde deze uitspraken in het Grieks en voegde ze aan het evangelie van Marcus toe.
Maar vanmorgen gaat het niet om de bergrede maar om een andere gebeurtenis op een berg. Mogelijk een berg op de Golanhoogte.
Waarom spelen die belangrijke verhalen in de bijbel zich af op een berg? Iedereen die wel eens in de bergen geweest is of voor de t.v. een berglandschap gezien heeft, weet dat het zicht op majesteitelijke bergen je hart onmiddellijk verheft. In de bergen valt de alledaagsheid weg en ben je dichter bij God. Door een berg te beklimmen laat je stap voor stap je aardse zorgen achter en heb je het gevoel onderweg te zijn naar de hemelpoort. De verhalen in de bijbel die zich afspelen op een berg laten zien dat deze beleving van alle tijden is.
We lezen dat Jezus zes dagen nadat Hij deze uitspraak gedaan heeft Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich meeneemt een hoge berg op, waar ze alleen waren. En dan verandert Jezus voor hun ogen van gedaante. Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.
Wat er hier gebeurt is voor ons niet meteen duidelijk maar het wordt uitgelegd in het volgende vers:
“Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia die met Jezus in gesprek waren.”
Waarom verschijnen Mozes en Elia hier? Vaak werd gezegd dat zij verschenen als vertegenwoordigers van de wet en de profeten. Mozes als vertegenwoordiger van de wet, de Thora en Elia als vertegenwoordiger van de profeten. Dat is mooi bedacht. Maar de voor de hand liggende verklaring voor de verschijning van Mozes en Elia is dat ook zij een bijzondere ervaring hebben gehad op een berg. En dan druk ik mij zwak uit. Ze hebben meer dan een bijzondere ervaring gehad: God Zelf verscheen aan hen op de berg.
Mozes beklom de berg Sinaï. De berg begon te beven. Donderslagen klonken en bliksemschichten schoten door de lucht. God Zelf daalde neer op de Sinaï. God Zelf sprak met Mozes en schonk hem de Tien Geboden. En toen Mozes na deze ontmoeting neerdaalde van de berg waar het volk aan de voet van de berg hem stond op te wachten sloegen ze de handen voor hun ogen. Mozes gelaat straalde als het licht van de zon. Mozes gelaat weerspiegelde de heerlijkheid van God. Mozes moest zij gezicht bedekken om het volk onder ogen te kunnen komen.
Elia beklom de berg Horeb toen hij op de vlucht was voor koning Achab en koningin Izebel die hem wilden doden. Hij werd depressief en verborg zich in een grot. Hij wilde niet verder leven. Toen riep God hem naar de ingang van de grot en ging hem voorbij. Eerst ging er een krachtige windvlaag voor de Heer uit. Een windvlaag zo krachtig dat die de bergen spleet en rotsen aan stukken sloeg. Maar de Heer bevond zich niet in de wind. Na de windvlaag kwam er een aardbeving maar de Heer bevond Zich niet in die aardbeving. Na de aardbeving was er vuur maar de Heer bevond Zich niet in het vuur. Toen klonk na het vuur het gefluister van een zachte bries. En vanuit dit gefluister van een zachte bries klonk een Stem die de stilte niet breekt. In die zachte bries was God.
God verscheen aan Mozes en Elia op een berg. De drie discipelen die Jezus met Zich meegenomen had op de berg: Petrus, Jakobus en Johannes maken nu mee wat Mozes en Elia meemaakten: God verscheen aan hen. Het licht van God scheen door Jezus heen waardoor het gezicht van Jezus straalde als de zon en zijn kleren wit werden als het licht.
God Zelf openbaarde zich aan Petrus, Jakobus en Johannes. Een geweldig moment. Ze wensten dat het moment nooit voorbij zou gaan, dat het eeuwig zou duren. En daarom roept Petrus uit: “Heer het is goed dat we hier bijeen zijn. Als U wilt zal ik hier drie tenten opslaan, één voor U, één voor Mozes en één voor Elia!”
En hij was nog niet uitgesproken of de schaduw van een stralende wolk gleed over hen heen en uit de wolk klonk een Stem: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde. Luister naar Hem!”
God wijst de drie leerlingen en door hen de mensheid Jezus aan als oriëntatiepunt voor het leven. Luister naar Hem! In de bergrede wordt uitgelegd wat dit luisteren inhoud: “Gelukkig wie nederig van hart zijn, gelukkig de zachtmoedigen, gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, gelukkig de barmhartigen, oordeel niet, heb je vijanden lief.” Jezus wijst de weg naar het Koninkrijk van God, de weg naar het leven. De weg naar een liefdevol, zinvol en gelukkig leven.
Toen de leerlingen de Stem uit de hemel hoorden wierpen ze zich neer en verborgen uit angst hun gezicht. Maar Jezus kwam dichterbij, en raakte hen aan. Omdat ze op grond lagen stel ik me zo voor dat Jezus bij hen hurkte, liefdevol Zijn hand op hun hoofd legde en zei: “Sta op jullie hoeven niet bang te zijn.“
Louisa, God zei op de berg van de verheerlijking: “Dit is Mijn geliefde Zoon in wie Ik vreugde vind.” God zegt het vanmorgen ook tegen jou: “Louisa, jij bent Mijn geliefde kind in wie Ik vreugde vind.” Ik hoop dat deze woorden in de loop van je leven steeds dieper tot je hart en ziel mogen doordringen. Ik hoop dat je Gods Nabijheid in je leven mag blijven ervaren. Zoals we dat zo meteen ook gaan zingen:
“Ja, Hij is elk van ons nabij, hoe hemelhoog verheven; in Hem bestaan bewegen wij, in Hem is heel ons leven. Dat heeft Hij aan het licht gebracht: de mensen zijn van zijn geslacht, voorgoed met Hem verweven.”
Amen
Liturgische schikking
In deze veertigdagentijd willen we openstaan voor de werking van de heilige Geest in ons leven. Ook vandaag inspireert de Geest de mensen om op weg te gaan. In de liturgische schikkingen zien we telkens de vorm van een waaier, want de Geest waaiert breeduit, binnen en buiten de kerk. Willen we ons laten verrassen in deze tijd van inkeer en bezinning?
De tweede zondag lezen we in Matteüs 17: Jezus nam Petrus, Jacobus en diens broer Johannes met zich mee de berg op. De schikking richt zich op de drie vrienden van Jezus. Samen zoeken ze de stilte op de berg en hebben vast gesproken over de weg van Jezus. Over zijn bestemming. Ook wij kunnen af en toe de stilte opzoeken en God vragen om ons leven te leiden en de bestemming van ons leven te overdenken. Openstaan voor de weg van de Geest.
In de grote vaas staan drie zuidenwindlelies, de bloem staat voor zuiverheid: de intenties van de drie vrienden waren goed. De wilg staat voor vertrouwen en groei.