Lezingen: Johannes 14, 1-14 Filippenzen 2, 1-11
Voorganger: ds. Dick van der Vaart
Gemeente van Christus,
Aanstaande donderdag is het Hemelvaartsdag. Met oog daarop lezen we vanmorgen opnieuw de woorden die Jezus tot zijn leerlingen gesproken heeft om ze voor te bereiden op Zijn afscheid.
“Wees niet ongerust maar vertrouw op God en op mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? “
Jezus bereidt op persoonlijke, liefdevolle en intieme wijze zijn leerlingen voor op zijn heengaan.
De sfeer is vergelijkbaar met de sfeer rond een sterfbed. Degene die gaat sterven praat met zijn vrienden over het naderende afscheid. Samen praten ze over de vraag of het leven na de dood ophoudt of dat er leven na de dood zal zijn. Zullen ze elkaar nog ontmoeten? Zal de vriendschap door kunnen gaan?
En de vriendschap en de liefde wordt dan zo intens beleefd dat de gezamenlijke overtuiging groeit: “We zijn zó kostbaar voor elkaar, het kán niet zo zijn dat dit met de dood eindigt.
Ik denk dat Jezus, toen Hij voelde dat zijn arrestatie op handen was, en zijn dood niet meer ver, in déze sfeer met zijn leerlingen gesproken heeft en gezegd heeft: “Ik ga naar het huis van de Vader. Dat huis heeft vele kamers. Ik ga heen om ze voor jullie komst klaar te maken. We zien elkaar daar weer!” Zo sprak Jezus troostend en bemoedigend.
“We zien elkaar weer!”, zei Jezus “Jullie kennen de weg naar waar ik heen ga.” Toen zei Tomas: “Wij weten niet eens waar u naar toe gaat Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?”
Tomas vat Jezus’ woorden letterlijk op. Hij begrijpt niet dat Jezus niet spreekt over een weg die over land, water of door de lucht gaat maar over een spirituele weg, over een manier van leven.
Om Tomas duidelijk te maken dat hij in beeldspraak spreekt antwoordt Jezus hem: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven, Wie de weg van Jezus ziet, ziet de weg naar de Vader. Hoe ziet die weg eruit?
Paulus schrijft daar zo prachtig en liefdevol over in Filippenzen 2. Zijn woorden raken me telkens weer:
Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid is met de Geest, zoveel ontferming en medelijden maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.
Handel niet uit geldingskracht of eigenwaan maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen maar ook die van een ander.
Laat onder u die gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had hield zijn gelijkheid aan God niet vast maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.
Daarom heeft God hem hoog verheven en hem een naam geschonken die elke naam te boven gaat opdat in naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op aarde en onder de aarde en elke tong zou belijden: “Jezus Christus is Heer tot eer van God de Vader.”
Wat betekenen deze woorden? Wat betekent: “Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast.”
De betekenis van deze woorden worden duidelijk in het leven van Jezus zoals dat in vier evangeliën beschreven staat.
-Jezus voelde zich niet te gewichtig om vrolijk met kinderen om te gaan. Hij ging door de knieën, sprak liefdevol met hen op ooghoogte.
-Jezus voelde zich als Jood niet verheven boven niet – Joden maar ging op voet van gelijkheid met hen om.
-Jezus voelde zich als man niet meer dan de vrouwen die in de samenleving van Jezus een tweederangs plaats innamen. Jezus plaatste hen op de eerste rang: hij had respect voor ze.
In de evangeliën zien we telkens opnieuw hoe Jezus zich solidair verklaart met mensen die worden veracht. Hij gaat naast ze staan. Hij verheft ze. Hij geeft ze zelfvertrouwen en zelfrespect.
En aan het kruis laat Hij zien dat Hij zich zelfs niet verheven voelt boven de mensen die in de ogen van die tijd de meest verachtelijke dood stierven die maar mogelijk was: de dood aan het kruis.
Jezus die zich als Jesus Christ Superstar of als een goeroe of als een wereldster had kunnen laten vereren. Maar Hij koos ervoor om naaste te zijn om broeder te zijn, om medemens te zijn van de minste onder de mensen.
“En daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die die elke naam te boven gaat!”
God geeft de mens Jezus, die Zijn medemensen verheft, de naam die alle namen te boven gaat. Daarmee zegt God: “Zo moet het! Zo heb ik het bedoeld! Dit is de weg die Jezus gaat. Dit is de weg die naar de Vader leidt.
“Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.”, zegt Jezus. Wat kunnen we dan van de Vader zeggen wanneer we Jezus gezien hebben?
In de Joodse mystiek wordt gezegd dat God bij de schepping, om ruimte te maken voor de mens, Zelf een stapje achteruit deed en Zich onzichtbaar maakte voor de mens.
Want wanneer wij de Heerlijkheid van God zouden kunnen aanschouwen. Wanneer wij God in Zijn majesteit op zijn hemelse troon zou kunnen zien, dan zouden wij geen oog kunnen hebben voor iets anders.
Voortdurend zouden wij in aanbidding naar God opkijken en alleen maar: “Heilig, heilig, heilig!” kunnen uitroepen. Wij zouden geen oog hebben voor onze medemens of de schoonheid van de natuur en kunst. Wij zouden niet aan werken of eten en drinken toekomen. Kortom wanneer wij Gods Heerlijkheid zouden kunnen aanschouwen dan zouden wij niet aan menselijk leven toekomen.
Daarom doet God een stapje terug, daarom verbergt Hij zijn Heerlijkheid.
Maar Hij blijft wel liefdevol betrokken op zijn schepping en op de mens. En die liefdevolle betrokkenheid is de kracht die het hele universum van binnenuit bijeenhoudt. Zonder die liefdevolle betrokkenheid zou het bezielend verband uit het universum wegvallen en zou alles in het niets oplossen.
God doet een stapje terug en geeft ruimte aan de mens. En dat was precies wat Jezus deed: ook hij deed altijd een stapje terug om ruimte te geven aan de mensen die Hij tegenkwam. En die ruimte was geen lege ruimte maar een liefdevolle betrokkenheid. Een ruimte waarin mensen konden opademen en opbloeien.
Donderdag is het Hemelvaartsdag. Jezus stijgt op naar de hemel. Hij doet dat om ons ruimte te geven. Hij wil niet dat wij vol aanbidding naar Hem blijven opzien. Hij wil niet in het centrum van de aandacht blijven staan maar doet een stapje opzij en schuift mensen naar voren die onze aandacht en liefde meer nodig hebben dan hijzelf. Hij schuift naar voren zoals hij zelf zegt: “de minste van mijn broeders en zusters.” en hij zegt: “Wat je voor hen doet, doe je voor mij. Wanneer je hen verheft, dan verhef je mij.” Amen.