Lezing: Mattheüs 15, 21-31
Voorganger: ds. Dick van der Vaart
Gemeente van Christus
De kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland stelt dat wij onopgeefbaar verbonden zijn met het volk Israël. Zoals ik al in de Kerkentrommel schreef: We zijn als kerk onopgeefbaar verbonden met het volk Israël, de nakomelingen van het bijbelse volk Israël. We zijn als kerk niet verbonden met de staat Israël.
De nakomelingen van het bijbelse volk Israël wonen verspreid over heel de wereld. Wij kunnen hen niet aanspreken op de daden van de staat Israël in Gaza. We kunnen slechts de regering Netanjahu hier op aan spreken. En dat gebeurt ook o.a. door de Verenigde Naties en het Internationale Strafhof.
In de kerkorde wordt gesproken over drie roepingen:
- De roeping tot verbondenheid met het volk Israël.
- De roeping tot diaconale solidariteit met verdrukten.
- De roeping tot oecumenische samenwerking met andere christenen.
En over deze derde roeping wil ik het vanmorgen met u hebben. De roeping tot oecumenische samenwerking met andere christenen houdt ook in dat wij geroepen worden tot samenwerking met Palestijnse christenen. Lange tijd hebben wij in onze kerken weinig oog voor hen gehad. Uit ontzetting en schuldgevoel over de Holocaust hebben wij ons voornamelijk bezig gehouden met onze Joodse broeders en zusters. En terecht! Het is verschrikkelijk wat hen is aangedaan en nog steeds wordt aangedaan: het antisemitisme is nog steeds niet uitgeroeid.
Maar hoe terecht ook dat wij ons hebben bezonnen op onze relatie met het Joodse volk, de Palestijnse christenen in Israël zijn we uit het oog verloren. Nu door de verschrikkingen in Gaza en het grote onrecht dat hen op de Westbank wordt aangedaan, komen zij in beeld. En daarom wil ik vanmorgen met u delen de uitleg van het verhaal over Jezus en de Kanaänitische vrouw, geschreven door een Palestijns christen.
We lezen aan het begin van het verhaal dat Jezus wandelt in het gebied van Tyrus en Sidon. Dat is het huidige Libanon. Plotseling roept een Kanaänitische vrouw: “Heb medelijden met mij Heer, Zoon van David! Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door demonen!“
Voor ik verderga met het verhaal moet ik eerst even iets zeggen over de afkomst van de vrouw. Zij is een Kanaänitische vrouw en lange tijd werden de Palestijnse christenen gezien als nakomelingen van de Kanaänieten die al in Israël woonden voordat het volk Israël na de reis door de woestijn zich er vestigde en de Kanaänieten verdreven.
Maar zoals we niet kunnen zeggen dat de staatsburgers van de huidige staat Israël gelijkstaan aan het volk Israël uit de bijbel. Zo kunnen we ook niet stellen dat de huidige Palestijnen gelijk staan aan de Kanaänieten uit de bijbel.
Wel kun je zeggen dat zoals de Joden in Jezus’ tijd neerkeken op de Kanaänieten, de staatsburgers van Israël vandaag de dag neerkijken op Palestijnen en ze onmenselijk behandelen.
Nu verder met het verhaal. Jezus wandelt in het gebied van Tyrus en Sydon en dan roept een Kanaänitische vrouw: “Heb medelijden met mij Heer. Zoon van David! Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.”
Een roep om hulp van een wanhopige moeder. Tegenwoordig zouden we niet meer zeggen dat haar dochter wordt gekweld door een demon maar psychische problemen heeft. Vreselijk als je kind daarmee worstelt.
Wij verwachten dat Jezus met ontferming bewogen zich onmiddellijk met liefdevolle woorden tot de vrouw zal richten. Maar ogenschijnlijk keurt Jezus haar geen woord waardig. Hij zwijgt.
Wat moet dat vreselijk geweest zijn voor de vrouw! Laat zij Hem onverschillig? Kijkt Hij op haar neer als vrouw of als niet-jood? Deinst zij terug met het gevoel vernederd te worden? Durft ze het aan vol te houden met het risico nog meer vernederd te worden?
Gelukkig houdt zij vol tot irritatie van de leerlingen van Jezus: “Stuur haar toch weg, anders blijft ze maar achter ons aan schreeuwen!”
En nu moeten we goed opletten. Er staat: “Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk Israël.”
In de kerk hebben we dit altijd zo gelezen dat dit Jezus’ antwoord aan de vrouw is. Maar er staat niet: “Jezus antwoordde de vrouw.” Jezus’ antwoord is een reactie op de woorden van de leerlingen: “Stuur haar toch weg!” Jezus kijkt naar de leerlingen wanneer Hij zegt dat Hij alleen gekomen is voor de verloren schapen van het volk Israël.
Jezus verwoordt de denkbeelden van de leerlingen. Zij zijn van mening dat Jezus’ alleen gekomen is voor de verloren schapen van Israël. Maar waarom geneest Hij dan ook niet-joden, zoals we in de evangeliën kunnen lezen? En waarom stuurt Hij na de opstanding Zijn leerlingen uit met de opdracht: “Maak alle volken tot Mijn discipelen?”
Dat Jezus er uitsluitend zou zijn voor de schapen van het huis Israël is dus in strijd met zijn eigen woorden en daden. Jezus geeft met Zijn uitspraak er alleen te zijn voor de schapen van het huis Israël, niet zijn eigen visie weer maar de visie van zijn leerlingen. En deze visie bekritiseert Hij in wat volgt.
De vrouw houdt aan. Ze komt dichterbij werpt zich voor Zijn voeten neer en roept: “Heer help mij!”
En dan verwoordt Jezus weer de visie van Zijn leerlingen: “Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.” In Jezus’ tijd vergeleken de joden niet-joden met straathonden.
En dan antwoordt de vrouw op intelligente en humorvolle wijze: “Zeker Heer maar de honden eten toch de kruimels die van de tafel van de Heer vallen? “
En toen antwoordde Jezus, waarschijnlijk met een brede lach op Zijn gezicht: “U hebt een groot geloof! Wat u verlangt zal ook gebeuren.” En vanaf dat moment was haar dochter genezen.
Wat een prachtige uitleg van dit verhaal. Wij hadden er moeite mee dat Jezus Zich op zo’n ogenschijnlijk liefdeloze wijze tot de vrouw richtte. Een Palestijns christen opent ons de ogen en laat ons zien dat we het verhaal heel anders mogen lezen.
Vandaag belijden we onze onopgeefbare verbondenheid met Israël maar we belijden ook dat we geroepen worden om samen te werken met andere christen. We zijn geroepen om oog te hebben ook voor de Palestijnse christenen, zoals Jezus oog had voor de Kanaänitische vrouw.
We kunnen vandaag niet voorbij gaan aan de verschrikkelijke slachtpartij die Hamas op 7 oktober 2023 aanrichtte in Israël. We kunnen niet voorbij gaan aan het verschrikkelijk hoge aantal doden en gewonden in Gaza en aan de verwoesting die daar heeft plaatsgevonden en nog steeds plaatsvindt. We kunnen niet voorbij gaan aan het onrecht dat de Palestijnen op de Westbank wordt aangedaan. Worden geroepen om te bidden en te werken aan vrede. En in de bijbel is Jeruzalem het symbool voor vrede. De Heilige stad voor Joden, Christenen en Islamieten. Laten we samen met hen zingen:
Jeruzalem, mijn vaderstad, mijn moederhuis wanneer zal ik u zien zoals ge zijt, de bruid van onze Heer.
Amen