Lezingen: Openbaringen 21: 1-5, 10, 11, 21-26
Voorganger: ds. Dick van der Vaart
Lieve mensen,
We hebben zojuist met elkaar gelezen het visioen van het nieuwe Jeruzalem. Een schitterend visioen. Schitterend in de zin van prachtig en troostrijk. Maar ook schitterend in letterlijke zin: in hemels licht schittert er goud, kristal en edelstenen. Zo’n hemels visioen met zoveel licht en schittering ontvangt een mens niet zomaar. Wanneer je zo’n visioen ontvangt dan moet je het wel hard nodig hebben. Dan moet de situatie waarin je verkeert wel zeer duister en zwaar zijn.
En de situatie waarin degene die dit visioen ontving zich bevond was zwaar en duister. In het jaar 90 na de geboorte van Christus bevond Johannes zich op Patmos, een eilandje voor de kust van Turkije. Dit eiland was een strafkolonie van de Romeinse keizer Domitianus. Johannes was verbannen naar dit eiland omdat hij geweigerd had mee te doen aan de romeinse keizercultus. Keizer Augustus die keizer was tijdens de geboorte van Jezus beschouwde zichzelf nog als een gewoon mens. Maar de keizers na hem gingen aan grootheidswaanzin lijden. Ze gingen zichzelf als goden beschouwen. Iedere romeinse burger werd gedwongen om aan die waanzin mee te doen. Iedere romeinse keizer moest zijn loyaliteit tegenover de keizer bewijzen, door een diepe buiging te maken voor het beeld van de keizer. Wie dat weigerde gold als een politieke tegenstander en werd als staatsgevaarlijk beschouwd. Johannes had geweigerd te buigen voor het beeld van de keizer. Johannes was de woorden die op de Sinaï geklonken hadden niet vergeten: “Gij zult geen andere goden voor Mijn Aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken en u voor die niet buigen!”
Johannes had gezegd: “Er is maar een mens die het waard is om “Heer” genoemd te worden. En dat is niet de romeinse keizer. Dat is de Heer Jezus Christus!”
Zo was Johannes verbannen naar de strafkolonie van de Romeinse keizer. Zijn situatie was uitzichtloos en zwart. En zijn situatie werd nog donkerder wanneer hij zich realiseerde dat hij niet de enige was die door de Romeinse keizer als staatsgevaarlijk werd beschouwd. De leden van de jonge christelijke gemeente liepen allemaal het gevaar naar een strafkolonie verbannen te worden.
De situatie van Johannes was duister en zwaar. In die zware duistere situatie ontvangt hij een visioen. Een visioen van licht en schittering. En Johannes had dat visioen hard nodig om op de been te blijven.
Hoe komt een visioen tot stand? Een visioen komt niet zomaar uit de hemel vallen. God giet een visioen niet in een lege geest. Nee, met Zijn Heilige Geest werkt God in op de verbeeldingskracht van de mens. Door de inspiratie van de Heilige Geest komt de verbeeldingskracht van de mens op gang. Zo ontstaat in het samenspel tussen God en mens een visioen. En zo heeft God het visioen van het nieuwe Jeruzalem ook niet in de lege geest van Johannes gestort. God heeft met zijn Heilige Geest de verbeeldingskracht van Johannes op gang gebracht. En de verbeeldingskracht van Johannes was de verbeeldingskracht van een groot schriftgeleerde. Johannes geest was vol van de geschriften van het Oude Testament. Johannes kon niet anders dan denken en schrijven in beelden van het O.T. Het visioen van het nieuwe Jeruzalem moeten we dan ook begrijpen tegen de achtergrond van het O.T.
Het visioen van het nieuwe Jeruzalem is opgebouwd uit beeldmateriaal uit het O.T. Een grote hoeveelheid beeldfragmentjes uit het O.T. is door Johannes samengevoegd en getransformeerd in een schitterend visioen. Zij arbeid is te vergelijken met een glazenier die een glas in loodraam maakt. Van een grote hoeveelheid kleine stukjes glas, schept een glazenier een nieuw geheel dat oplicht in de zon.
Het visioen van het nieuwe Jeruzalem is opgebouwd uit een grote hoeveelheid Oud Testamentisch beeldmateriaal. Uit die grote hoeveelheid kan ik vanmorgen slechts een paar fragmentjes lichten.
Johannes was eerder in zijn leven geraakt door het visioen van Jesaja dat we kunnen lezen in Jesaja 65. Daar ziet Jesaja een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar geen dood meer zal zijn, geen rouw en jammerklacht meer wordt gehoord. Hij ziet ook dat prachtige beeld van een kind dat speelt bij het nest van een adder, wolf en lam die samen weiden en leeuw en rund samen stro zullen eten. Nu in de donkerheid van zijn ballingschap licht dit visioen van Jesaja in Johannes op.
Johannes ziet het nieuwe Jeruzalem neerdalen uit de hemel van God. De aarde wordt niet in de hemel opgenomen maar de hemel daalt neer op aarde. Rond de stad was een muur. De bouwstof van die muur was kristalhelder diamant. De huizen van het nieuwe Jeruzalem waren wit en de straten waren van goud. Een prachtig gezicht!
Wat nu van grote betekenis is voor een goed begrip van het visioen, zijn de maten die van de stad gegeven worden. Er wordt n.l. gezegd dat de lengte en de breedte en de hoogte van de stad precies gelijk waren. En als de lengte en de breedte en de hoogt van de stad precies gelijk waren dan betekent dit dat de stad de vorm van een kubus had.
In werkelijkheid kan dat natuurlijk niet. Maar we zien hier weer een beeldfragment uit het oude testament dat in Johannes geheugen geactiveerd wordt. Hier wordt beeldspraak gebruikt. De stad heeft de vorm van een kubus. Dat is een verwijzing naar het Heilige der Heiligen in de tempel van Salomo. Het heilige der heiligen was de binnenste plek van de tempel. Daar stond de ark van het verbond met daarin de twee stenen tafelen van Mozes. Op de ark stonden twee gouden engelen. Twee van hun vleugels raakten elkaar zo dat er een zitplaats werd gevormd. De troon van God. Een heiliger ruimte in de wereld was niet denkbaar. En daarom mocht alleen de hogepriester er één keer per jaar op Grote Verzoendag binnen gaan. En het heilige de heiligen had de vorm van een kubus had. En wanneer we nu de maten van het nieuwe Jeruzalem lezen dan zien we dat ook de stad de vorm van een kubus heeft. Het nieuwe Jeruzalem wordt dus beschreven als het nieuwe Heilige der Heiligen! In het verleden mocht alleen de hogepriester een keer per jaar in het heilige der heiligen staan voor het Aangezicht van God. In het nieuwe Jeruzalem mag iedereen voortdurend staan voor het Aangezicht van God! En het licht dat straalt van Gods Aangezicht is zo heerlijk dat de stad het licht van de zon en maan niet meer nodig heeft!
Een laatste fragment uit het oude testament dat tot leven komt in het visioen is het paradijs. We lezen dat Johannes zag dat in het centrum van Jeruzalem een plein was en dat een levensboom stond. En op dat plein ontspringt een bron die water geeft aan een rivier van levend water. Zo stond er ook midden in de Hof van Eden een levensboom en ontsprong er ook in de Hof van Eden een bron van levend water die water gaf aan vier rivieren die het levende water over heel de wereld brachten. Wie eet van de boom van het leven. Wie drinkt van het levende water ontvangt het eeuwige leven. De bladeren van de boom geven de volken genezing. In het visioen van Johannes wordt de Hof van Eden het stadspark van het nieuwe Jeruzalem.
Op deze eeuwigheidszondag is het leven voor u wellicht net zo duister is als het voor Johannes was. God geve dat u door dit visioen getroost mag worden. God geve dat het visioen de hoop in ons wekt. De hoop een wereld van vrede en recht. De hoop op een wereld waarin God Zelf onder ons zal wonen. Hij de tranen uit onze ogen zal wissen. Er geen dood meer zal zijn, geen jammerklacht en geen pijn omdat wat er eerst was voorbij gegaan is.
Amen.
Symbolische schikking Eeuwigheidszondag
