Lezingen: Exodus 2, 1-10 en Joh.12, 20-26
Voorganger: ds. Dick van der Vaart
Belijdenisdienst
Leah, Donna, gemeente van Christus,
Vanmorgen zal Leah Anakotta in het openbaar, in ons midden belijdenis doen van haar geloof. Dat is in deze tijd waarin geloven niet meer vanzelfsprekend is, heel bijzonder. Wij verheugen ons hierover. En hieruit blijkt dat God ook in onze tijd nog steeds mensen bij name roept.
In het afgelopen jaar heb ik om de week gesprekken gevoerd met Leah en haar zus Donna. Vroeger werd dat belijdeniscatechisatie genoemd, maar dat klinkt haast als een woord uit een andere tijd. Van te voren hadden Donna en Leah al aangegeven dat ze nog niet wisten of ze belijdenis zouden willen doen maar dat ze dit wilden onderzoeken. En een tijdje geleden gaf Leah aan dat ze er klaar voor was. Donna gaf aan dat ze hiermee nog wilde wachten omdat ze nog niet zover was en ze als ze er alsnog voor kiest dit op haar eigen tijd wil doen. Dat respecteren we niet alleen maar daar zijn we heel blij mee. Want zo’n persoonlijke keuze als belijdenis doen kun je alleen op je eigen tijd doen.
De Schriftlezingen van vanmorgen staan niet op het rooster maar ze komen voort uit de gesprekken die ik met Donna en Leah heb gevoerd. We zijn begonnen met het lezen van Genesis 1 t/m 11 die gaan over het scheppingsverhaal, de zondeval, Kaïn en Abel enzovoort. In de veertigdagen tijd hebben we het lijdensverhaal van Jezus gevolgd aan de hand van liederen en beelden van de film Jesus Christ Superstar uit 1973. Dat vind ik nog steeds een prachtige en ontroerende film. En vond het heel fijn om te ontdekken dat deze film en muziek Donna en Leah ook nog steeds raakte, ondanks ons leeftijdsverschil. En naast de verhalen uit Genesis en de film Jesus Christ Superstar hebben we nog tal van verhalen gelezen.
Regelmatig terugkerend onderwerp in deze gesprekken was de positie van de vrouw in de bijbel. Het beeld dat sommigen hebben van de bijbel is dat het een vrouwonvriendelijk boek is waarin de vrouw een ondergeschikte positie inneemt. En het valt natuurlijk niet te ontkennen dat de bijbel geschreven is in culturen waarin de man hoger aangeschreven stond dan de vrouw. Maar de bijbel is beslist geen vrouwonvriendelijk boek te noemen. Er komen heel veel vrouwen met lef in voor, sterke vrouwen, intelligente vrouwen, vrome vrouwen, vrouwen met leiderschapskwaliteiten.
Het begint al in het scheppingsverhaal. We lezen dat Eva uit de rib van Adam geschapen werd. Waarom uit de rib? Ze werd niet geschapen uit het hoofd van Adam omdat ze zich dan hoogmoedig boven hem verheven zou kunnen voelen. Ze werd niet geschapen uit de voeten van Adam opdat ze niet zijn voetveeg zou worden. Ze werd geschapen uit zijn rib zodat ze gelijkwaardig aan Adam zou zijn.
En ze krijgt de naam “helper aan Adams zij.” Dat is een eretitel want elders in de bijbel wordt alleen God met de naam “helper” aangeduid.
Een ander verhaal waaruit blijkt dat de vrouw hoog geëerd wordt in de bijbel is het verhaal over de redding van Mozes uit het water van de Nijl. In dit verhaal krijgt Mirjam de oudere zus van Mozes een glansrol. Zij bedenkt de slimme list om Mozes in een rieten mandje in het water van de Nijl te leggen op de plek waarvan zij weet dat de dochter van de Farao daar baadt. Ze vertrouwt er op dat de dochter van de Farao zich over haar broertje zal ontfermen. De list lukt. De dochter van de Farao ontfermt zich over het kind. Ook zij is een moedige vrouw. Ze gaat in tegen het bevel van de Farao dat alle pasgeboren jongetjes in de Nijl gegooid moeten worden. Levensgevaarlijk! De Farao moet worden gehoorzaamd. Wie tegen zijn wil handelt zal worden gedood, ook al is het zijn dochter. En als klap op de vuurpijl roept Mirjam wanneer de dochter van de Farao om een voedster vraagt: Ik ken wel een Hebreeuwse vrouw die dat zal willen doen. Haar moeder natuurlijk!
Wanneer Donna en Leah en ik een verhaal als dit lazen wees ik hen ook op de symboliek erin. Symboliek die de betekenis van het verhaal verduidelijkt. Water is in de bijbel het symbool van leven maar ook het symbool van de dood. In dit verhaal natuurlijk het symbool van de dood. Mozes wordt gered uit het water van de dood. En dit is de sleutel tot het begrijpen van heel veel verhalen uit de bijbel.
Noach en zijn familie worden gered uit het water van de dood. En heel leuk om te weten: het Hebreeuwse woord dat gebruikt wordt om het rieten mandje van Mozes mee te beschrijven is hetzelfde woord waarmee de ark van Noach wordt aangeduid. Mozes lag in een klein arkje. Noach dreef in een grote ark. In beide gevallen gaat het om redding uit het water van de dood.
Zo ging het volk Israël bij de Rietzee door het water van de dood. Zo ging het volk Israël toen ze Israël binnentrokken door het water van de rivier de Jordaan. Zo werd Jezus bij Zijn doop ondergedompeld in het water van de Jordaan. Zo liep Jezus over het water van de dood. Zo worden wij bij onze doop gered uit het water van de dood. En telkens weer klinkt de boodschap: wij zijn geen mensen die wegzakken in het water van de dood maar God reikt ons de hand en tilt ons daaruit op.
Mirjam, de zus van Mozes is niet de enige vrouw in de bijbel die een glansrol vervult, denk aan de vroedvrouwen Sifra en Pua in het verhaal over de redding van Mozes, ook zij redden veel Hebreeuwse jongetjes van de verdrinkingsdood, denk aan de richters Deborah, denk aan Esther, denk aan Ruth. En tenslotte twee hele belangrijke vrouwen: Maria de moeder van Jezus die de moed had om ja te zeggen tegen het verzoek van de engel Gabriël om een kind ter wereld te brengen terwijl ze ongehuwd was. En Maria van Magdala de eerste getuige van de opstanding, van wie Jezus gezegd heeft dat niemand Hem zo goed begrepen heeft als zij.
Zo hebt u een beetje een beeld bij de inhoud van de belijdeniscatechese van Donna en Leah.
De tweede lezing uit Johannes 12 heb ik gekozen omdat Leah aangaf dat het beeld dat daarin naar voren komt haar aansprak. Het is het beeld van de graankorrel. Jezus zegt wanneer Hij met Zijn leerlingen spreekt over Zijn aanstaande dood:
“Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.”
Jezus lijkt te zeggen dat de graankorrel moet sterven om vrucht te kunnen dragen. Maar dat bedoelt Hij natuurlijk niet letterlijk. Wanneer de graankorrel echt zou sterven zou er niets gebeuren en zou hij wegteren in de grond. Wat Jezus bedoeld is dat de harde schil rond de graankorrel moet openbreken zodat de graankorrel kan ontspruiten en vanuit het donker van de grond kan toegroeien naar licht en daar uitgroeien tot een korenhalm.
De graankorrel is het beeld van onze ziel. We worden geboren met een overlevingsmechanisme die we ego noemen. Dit overlevingsmechanisme zorgt ervoor dat we als baby gaan huilen wanneer we honger hebben. Ons ego zorgt ervoor dat we terugwijken voor een afgrond of voor vuur. Ons ego zorgt ervoor dat we een plaatsje veroveren in de samenleving zodat we een huis, voedsel en kleding kunnen kopen. Daarvoor mogen we ons ego dankbaar zijn. Omdat we moeten overleven is ons ego in eerste instantie ook wat egocentrisch. Dat is niet erg maar dat is nodig. Maar op een gegeven ogenblik, wanneer we overleefd hebben, dan ontstaat er ook ruimte voor een nieuwe levenswijze waarin wij niet centraal staan maar er ruimte komt voor God en de medemens. Dat bedoelt Jezus. En dat spreekt Leah aan. Prachtig toch! God zij geprezen! Amen.