Lezingen: Spreuken 8: 22-36 Johannes 1: 1-18
Voorganger: ds. Dick van der Vaart
Gemeente van Christus,
Vandaag is het zondag Trinitatis. De zondag van de Drie eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Wie zich verdiept in de betekenis van het begrip Drie eenheid zakt de moed al snel in de schoenen. Er zijn boekenkasten vol moeilijk te begrijpen boeken over geschreven. En er zijn theologen die ervoor pleiten om het spreken hierover achterwege te laten omdat toch niemand snapt wat er mee wordt bedoeld. Maar dat lijkt mij geen goed idee. God is zo groot dat wij Hem nooit helemaal zullen begrijpen. Hij is een mysterie. En een mysterie is geen raadsel dat kan worden opgelost. Een mysterie zul je nooit helemaal kunnen begrijpen. Maar dat is niet erg, dat is juist mooi. Omdat je een mysterie nooit helemaal kunt begrijpen kun je je er steeds meer over verwonderen. De vreugde erover kan groter en groter worden.
Het woord drie eenheid is oorspronkelijk afkomstig van een woord dat rondedans betekent. Daarom zongen we ook aan het begin van de dienst: “Dans mee met Vader, Zoon en Geest.” De drie eenheid kunnen we niet met ons verstand begrijpen. We kunnen er niet veel over zeggen. Maar we willen er ook niet over zwijgen. En het weinige dat we erover kunnen zeggen is: God is een drie-enige God, God is een vreugdevolle rondedans van Vader, Zoon en Heilige Geest. Een vreugdevolle rondedans. Maak het spreken over God niet loodzwaar en moralistisch. Zie Hem niet als een strenge oordelende God. Dans vrolijk mee met Vader, Zoon en Heilige Geest.
In het eerste hoofdstuk van het evangelie van Johannes zien we hoe Vader, Zoon en Heilige Geest met elkaar in verband worden gebracht. De eerste drie woorden van de bijbel en de eerste drie woorden van het evangelie van Johannes zijn dezelfde: In het begin.“In het begin schiep God de hemel en de aarde, de aarde was nog woest en doods en duisternis lag over de oervloed maar Gods Geest zweefde over het water.” Met deze woorden opent de bijbel. Meteen aan het begin van de bijbel worden God en Geest al met elkaar verbonden. Johannes grijpt hierop terug wanneer hij aan het begin van zijn evangelie schrijft:
“In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Alles is erdoor ontstaan.”Johannes begint zijn evangelie met een verwijzing naar de schepping. In Jezus ziet Hij een nieuw begin van de schepping. Jezus als eerste mens van een nieuwe schepping.
In Genesis 1: “God zei: er moet licht komen” en er was licht. God zag dat het licht goed was en hij scheidde het licht van de duisternis. Het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht.”
En ook Johannes begint het scheppingsverhaal van Jezus met de schepping van het licht: “In het Woord (dat in het begin bij God was) was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.”
Dit licht wordt bezongen in talloze liederen. Zo zongen we met kerst: “Er is uit ’s werelds duist’re wolken een licht der lichten opgegaan.”
En in de Paaswake roepen we elkaar toe: “Christus het licht!”
“In het Woord was leven” schrijft Johannes en dan jubelt hij het uit in vers 14: “Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.”
“Het Woord is mens geworden.” schrijft Johannes en “dit Woord was in het begin bij God en alles is erdoor ontstaan.” Wat bedoelt Johannes met het Woord?
In de Griekse grondtekst wordt hier het woord “logos” gebruikt. Maar om de betekenis van het woord op te sporen moeten we niet te rade gaan in de Griekse literatuur maar in de heilige schriften van het volk Israël.
En dan ontdekken we dat het Woord waar Johannes het over heeft verwijst naar de wijsheid van God. De wijsheid waarmee God hemel en aarde geschapen heeft. En deze wijsheid werd voorgesteld als een vrouw. In Spreuken 8 is vrouwe wijsheid aan het woord. Zij zegt daar:
“De Heer heeft mij voor al het andere verworven, toen hij met zijn scheppingswerk begon, schiep Hij eerst mij. Ik ben in het begin gemaakt, nog voor alles er was, nog voor de aarde vorm kreeg….Ik was zijn lieveling, een bron van vreugde, elke dag opnieuw. En ik was altijd verheugd in zijn aanwezigheid, ik vond vreugde in zijn hele aarde en was blij met alle mensen.”
In het begin van het evangelie lezen we dat het Woord bij God was en ook dat het Woord God was. De wijsheid van God wordt voorgesteld als een vrouw naast God. Dit is een dichterlijke, poëtische, beeldende wijze van spreken.
Wat is het een prachtig beeld! Het beeld van God als vader, rechter of koning wordt wat verzacht. De ernst wordt gerelativeerd. Bij de schepping had God een vrouw aan zijn zijde met wie Hij hemel en aarde geschapen heeft. Een vrouw die voor Hem een bron van vreugde was. Een vrouw die met haar vrouwelijke zachtheid invloed had op Gods scheppingswerk.
En ook het eenzame idee dat God voor de schepping helemaal alleen was wordt gerelativeerd. Hij was niet eenzaam en alleen maar had een vrouw aan zijn zijde. Beeldspraak natuurlijk! Maar mooie beeldspraak!
Wanneer we nu lezen in vers 14 dat het Woord mens geworden is en onder ons gewoond heeft, dan wordt dit dus gezegd over vrouwe wijsheid. Vrouwe wijsheid is mens geworden en heeft bij ons gewoond.
En vrouwe wijsheid is mens geworden in Jezus. Vanuit deze beeldspraak bekeken zou het mooi geweest zijn wanneer Jezus een vrouw geweest zou zijn.
Maar Jezus was een man en daarom schrijft Johannes ook: “Het Woord is mens geworden en wij hebben Zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.”
Hoe kunnen wij de bedoeling van Johannes begrijpen wanneer we deze losmaken uit de beeldspraak?
Ik denk als volgt:
Voor God hemel en aarde en de mens schiep maakte Hij een ontwerp van deze drie. Een blauwdruk of bouwtekening zou je kunnen zeggen. En ook van de mens maakte hij een ontwerp. In zijn goddelijke wijsheid dacht God na over het functioneren van de organen in het lichaam, hoe ze zouden kunnen worden voorzien van zuurstof, hoe daar een bloedsomloop voor nodig zou zijn en deze op gang gehouden zou moeten worden door het hart. God dacht na over de hersenen, hoe de hersenhelften zouden moeten samenwerken. En hij dacht na over ogen, oren, neus, het proeven in de mond en de tastzin.
En God realiseerde zich dat het saai zou zijn wanneer er alleen mannen zouden zijn. Daarom besloot hij ook vrouwen te ontwerpen.
En hij bedacht dat ze van elkaar zouden kunnen houden. Maar dat betekende dat ze zich ook tot elkaar aangetrokken zouden moeten voelen. Ze zouden er dus ook aantrekkelijk uit moeten zien.
En zo werkte God dagen en nachten door aan het ontwerp van de mens. En na maanden en maanden hard werken was Hij eruit.
Voor Zich op de tekentafel lag een ontwerp van de mens waar Hij helemaal tevreden over was. Deze mens zou Hij scheppen.
En wat bedoelt Johannes nu wanneer hij schrijft dat het Woord mens geworden is? Hij bedoelt dat in Jezus, die mens van de tekentafel van God, die ideale mens in Gods ogen, werkelijkheid geworden is.
Johannes is er vol van: Het Woord is mens geworden en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.
En daarom zingen wij met kerst: “Er is uit ’s werelds duist’re wolken een licht der lichten opgegaan” en daarom roepen wij in de paaswake elkaar toe: “Christus het licht!” Wij herkennen in Jezus de mens zoals God die bedoeld heeft bij de schepping. Wij herkennen in Hem de mens die wij kunnen zijn.
In het scheppingsverhaal lezen we dat God de mens schiep: mannelijk en vrouwelijk. Dat betekent dat ieder mens een mannelijke en een vrouwelijke kant heeft. Jezus was een man maar de wijsheid waaruit Hij leefde was Zijn vrouwelijke kant. Daarom kunnen zowel mannen als vrouwen zich met Hem identificeren en met Johannes uitroepen:
“Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die Zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.”
Amen.