Lezingen: Jesaja 11, 1-10 en Lucas 1, 26-56
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

De profeet Jesaja trad op in de achtste eeuw voor Christus in het zuidelijk deel van Israël Juda. In die tijd werd het koninkrijk Juda van alle kanten bedreigd door het machtige rijk van de Assyriërs. En volgens Jesaja had het volk dat aan zichzelf te danken. Het land was verzwakt door sociaal onrecht. Een rijke elite buitte het volk uit: er werden door de rijken wetten uitgevaardigd die in hun voordeel werkten en hen nog rijker maakten dan ze al waren. Dit ging ten koste van de armen, weduwen en wezen. Wat de rijke elite zich niet realiseerde was dat hierdoor de innerlijke samenhang en veerkracht en weerbaarheid van het land ondermijnd werd waardoor ze een gemakkelijke prooi van de Assyriërs zouden kunnen worden. Daarvoor waarschuwt de profeet Jesaja hen. 

Het beeld dat Jesaja schets van een door de Syriërs onderworpen Juda is een dode boomstronk. U kent het wel uit het bos of wellicht uw eigen tuin. Wanneer een boom omgehakt wordt dan blijft er een dode stronk over in de grond. De jaarringen van de boom zijn nog te zien maar de stronk is dood. Er zal geen sap meer doorheen stromen. Er zal geen stam meer opgroeien. Uit de stam zullen geen takken meer voortkomen waaruit groen bladeren groeien. En Juda zal volgens de profeet Jesaja een dode stronk worden en blijven vanwege het onrecht dat in het land geschiedt.

Einde verhaal zou je denken maar dan spreekt Jesaja in hoofdstuk 11 opeens hoopvolle woorden: “Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei.” De schijnbaar dode boomstronk blijkt toch niet dood. Opeen ontspringt er nieuw leven een scheut van zijn wortels komt tot bloei. 

Jesaja spreekt over de stronk van Isaï. Isaï is de vader van David. Uit zijn nakomelingen zal de Messias voortkomen. De Messias is de koning die Israël van zijn vijanden zal verlossen, het land tot bloei zal brengen, de armen uit hun uitzichtloosheid zal bevrijden en recht zal doen. Jesaja ziet deze Messias, deze rechtvaardige koning in een visioen:

“De geest van de Heer zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en eerbied voor de Heer. Zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten. Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis….Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen.”

Wauw, wat mooi! Hoe anders zou de wereld eruitzien als met deze woorden de machtigen van deze wereld omschreven zouden kunnen worden. 

Niet alleen Juda maar de hele wereld heeft zo’n koning nodig.

Het visioen van Jesaja gaat uit boven de toenmalige situatie in Juda en de toenmalige wereld. Hij ziet hoe een wolf zich neerlegt naast een lam, hij ziet hoe een panter gaat liggen bij een bokje, hij ziet hoe kalf en leeuw samen weiden en een kleine jongen ze zal hoeden. Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen. Een leeuw en een rund eten beide stro. Een kind graait met zijn hand in het hol van een adder maar wordt niet gebeten. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil. Het visioen is niets meer en niets minder dan het visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Maar die nieuwe hemel en die nieuwe aarde zijn er niet om met de armen over elkaar op te gaan zitten wachten. Ze verschijnen in een oproep van Jesaja aan het volk van Juda om het onrecht in het land te bestrijden en te gaan bouwen aan een rechtvaardige samenleving. En omdat het visioen de tijd en plaats van Jesaja overstijgt is het ook een oproep aan ons om te bouwen aan een rechtvaardige wereld. 

En Jesaja ziet in zijn visioen: “Op een dag zal de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan. Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn.”  Wij christenen hebben het gevoel dat deze woorden van Jesaja in Jezus in vervulling zijn gegaan. De Joden denken daar anders over. Zij zeggen de Messias kan nog niet gekomen zijn want de wolf legt zich nog niet neer bij het lam, koe en beer weiden nog niet tezamen. Het is nog niet zover dat niemand meer kwaad doet en niemand meer onheil sticht. Een steekhoudend argument dat we te respecteren hebben.

Net zoals Jesaja gelooft Lucas dat met de nieuwe hemel en de nieuwe aarde nu al een begin gemaakt kan worden door een koning die zorgt voor recht en gerechtigheid, door een volk dat vreemdelingen, weduwen en wezen niet verwaarloosd maar oog voor hen heeft en vraagt om wetgeving waarin hun rechten worden opgenomen zodat ze krijgen waar ze recht op hebben en niet afhankelijk zijn van liefdadigheid.

De aankondiging van de geboorte van een rechtvaardige koning lazen we in Lucas 2. De engel Gabriël zegt tegen Maria: “Je zult zwanger worden en een zoon baren, je moet Hem Jezus noemen en Hij zal Zoon van de Allerhoogste genoemd worden en God de Heer zal Hem de troon van Zijn vader David geven. En wanneer Maria dan met het grote nieuws naar haar nicht Elizabeth reist die ook zwanger is breken ze uit in een jubelzang waarin ze bezingt dat de Allerhoogste het opneemt tegen onrechtvaardige heersers en volken:

Barmhartig is hij, voor al wie hem vereert. Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen, heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien. Wie honger heeft overlaadt hij met gaven maar rijken stuurt hij weg met lege handen.

In het visioen van Jesaja in het geboorteverhaal van Jezus staan recht en gerechtigheid centraal. Recht en gerechtigheid zijn de voorwaarden waaronder een wereldwijd rijk van vrede en recht werkelijkheid kan worden. 

De machtigen in Jesaja’s tijd, het volk van Juda in Jesaja’s tijd, de machtigen in Jezus’ tijd, volk Israël in Jezus’ tijd, de machtigen in onze tijd, de volkeren van deze wereld in deze tijd, wij, worden opgeroepen ons in te zetten voor recht en gerechtigheid opdat het wereldwijde rijk van vrede en recht en welvaart voor iedereen kan gaan beginnen, kan gaan groeien. Koe en beer, wolf en lam in vrede kunnen gaan leven. De leeuw vegetariër kan worden. De arme rijk zal worden, de zieke gezond, de dode zal leven.

Amen.

Bij de “Liturgische schikking” van de 2e advent:
Twee duiven, 
Boodschappers van de Geest
In het donker vindt het licht zijn weg
De belofte gloeit op.
Hoop ontwaakt.
Hoop op het Koninkrijk van God.