Lezingen: 1 Koningen 21, 1-16 en 1 Korintiërs 13
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

In de eerste drie verzen van 1 Koningen 20 lijken een eenvoudige inleiding in het verhaal dat erop volgt maar wie goed kijkt ontdekt dat er in een paar woorden heel veel gezegd wordt.

“ De Jizraëliet Nabot had een wijngaard die grensde aan het paleis dat koning Achab van Samaria in Jizreël bezat.” Zo lezen we.

Er wordt gesproken van de Jizraëliet Nabot. Jizraël was een heel vruchtbaar deel van het land Israël. Dat Nabot wordt aangeduid als “de Jizraëliet” betekent dat hij er geboren is en zijn voorouders er al woonden.

Zijn verre voorouders hebben hun land ontvangen uit Gods hand toen het volk Israël nadat het bevrijd was uit de slavernij in Egypte. Er waren twaalf stammen in Israël. Iedere stam ontving een gelijk deel van het land behalve de Levieten want zij waren priesters en hoefden niet het land te bewerken maar werden onderhouden door de anderen.

Iedere stam ontving dus 1 11de deel van het land. En dit werd weer eerlijk verdeeld onder de mensen. Toen God het land gaf zei Hij: Put het land niet uit, pleeg geen roofbouw, gun het land om de zeven jaar een jaar rust zodat het kan herstellen.

God zei ook: Ik heb jullie bevrijd van de slavernij. Wordt zelf geen  slaaf van je werk en maak andere mensen niet tot slaaf en ook jullie dieren niet. Gun ook hen vrijheid en rust.

En God zei ook: “Het is nu eenmaal zo dat de ene boer geluk heeft met zijn oogsten en vee en de andere boer pech. De boer met pech moet zijn land verkopen. Zo ontstaat grootgrondbezit. Om de 7x 7 jaar in het 50ste jaar moeten jullie het land weer herverdelen zodat iedereen weer evenveel heeft.”

Het Israël is het beloofde land, een land dat vloeit van melk en honing wanneer iedereen mens en dier in vrijheid leeft, de natuur niet wordt uitgeput en rijkdom eerlijk verdeeld wordt.

Israël is een proeftuin voor de wereld, een pilot, zoals het in Israël kan gaan, kan het in de hele wereld gaan.

In het O.T. wordt voor Israël vaak het beeld gebruikt van de wijngaard. Dit hele verhaal gaat schuil achter die paar woorden: ”de Jizraeëliet Nabot had een wijngaard.” 

En dan lezen we dat die wijngaard grensde aan het paleis dat koning Achab van Samaria in Jizreël bezat. Achab wordt “koning Achab van Samaria“ genoemd. Hiermee wordt hij neergezet als een niet- Israëlietische koning. Dat wordt helemaal duidelijk wanneer je weet dat het woord “paleis” in de woorden “het paleis dat koning Achab bezat”, in de grondtekst hetzelfde woord is waarmee ook het paleis van de koning van Babel wordt aangeduid. 

“Sta mij uw wijngaard af” zei Achab tegen Nabot. Maar dat is een onmogelijke vraag. Nabot heeft het land via zijn voorouders als geschenk van God Zelf gekregen. En met het krijgen van dit geschenk de opdracht om het land te bewerken en te bewaren. Hoe kan Nabot ooit zijn land afstaan? Dat zou verraad zijn aan zijn voorouders en aan God.

“Sta mij uw wijngaard af, het ligt naast mijn paleis; ik kan hem goed gebruiken om er groente te verbouwen.“ zegt Achab. Ook deze woorden zijn veelzeggend.

Een wijngaard is een beeld voor Israël. Een groentetuin is een beeld voor Egypte. In Israël heeft men in de woestijn door het manna, het brood dat uit de hemel regende geleerd om op God te vertrouwen. God voedt het volk. En God laat het regenen over het land. Daarvoor hoeft het volk niets te doen.

Dit in tegenstelling tot de Egyptenaren zij moeten hun groentetuin zelf bevloeien door middel van een irrigatiesysteem met water uit de Nijl. Wat een werk! Wat een gezwoeg! In Israël komt het water gewoon uit de hemel vallen. Het hele jaar door.

Koning Achab wil Nabots wijngaard ombouwen tot groentetuin. Hieruit blijkt dat Nabot schatrijk is en van gekkigheid niet weet wat hij met zijn geld wil doen. Een wijngaard is in Israël een grote kostbaarheid. Het duurt jaren voordat, nadat je de wijnstokken geplant hebt, druiven kunt oogsten. En je kunt je alleen veroorloven om een wijngaard aan te leggen wanneer je je land niet nodig hebt om voedsel op te verbouwen. Dus alleen wie rijk is kan een wijngaard bouwen. En Achab wil Nabots wijngaard dus veranderen in een groentetuin! Je reinste geldverspilling.

Achab zegt: “Sta mij je wijngaard af ik zal je er een betere wijngaard voor teruggeven of ik zal je, als je dat liever hebt, de prijs ervan in zilver uitbetalen.” 

Achab begrijpt niet dat Nabots grond heilige grond is dat hij via zijn voorouders van God Zelf gekregen heeft met de opdracht deze te bewerken en te bewaren. Achab beschouwt heilige grond als koopwaar.

Daarom roept Nabot uit: ”De Heer verhoede dat ik de grond die ik van mijn voorouders heb geërfd aan u zou afstaan.”

Na deze weigering van Nabot gaat Achab terug naar zijn paleis: woedend en terneergeslagen. En dan blijkt hij zoals zoveel mannen met macht in wezen een klein kind te zijn. Hij ging op zijn rustbed met zijn gezicht naar de muur liggen en weigerde te eten.

Dan vraagt zijn vrouw Izebel wat er aan de hand is en wanneer Achab dan vertelt dat Nabot weigerde hem zijn wijngaard te verkopen roept ze uit: “Wat?! Jij bent toch de koning van Israël? Sta op en eet wat. Ik zal ervoor zorgen dat jij de wijngaard van Nabot krijgt.” Dan laat ze twee mannen die nergens voor terugdeinzen hem valselijk beschuldigen van majesteitsschennis en godslastering waarop Nabot gestenigd wordt.

Op het eerste gezicht lijkt het conflict dat Achab met Nabot krijgt alleen maar te gaan over een stuk land. Maar wanneer je beter kijkt dan zie je dat het over twee manieren van leven gaat die tegenover elkaar staan.

Achab en Izebel staan voor een levenswijze die land als koopwaar zien en mensen als omkoopbaar: principes kennen ze niet. “Ieder mens heeft zijn of haar prijs.“ denken ze.

Een voorbeeld van deze levenswijze uit het O.T. is Jozef die onderkoning van Egypte werd. Wanneer de oogsten mislukken en er hongersnood uitbreekt dan vragen de mensen Jozef om hulp. In Genesis 47 lezen we dat de mensen bij Jozef graan konden kopen. Maar toen het geld op was verkochten ze door honger gedreven hun akkers aan Jozef. En toen de akkers op waren verkochten ze zich als slaaf aan Jozef. ”Zo kwam al het land in bezit van de Farao” lezen we en alle mensen werden slaafgemaakten.

Vandaag de dag is Donald Trump een voorbeeld van deze levenswijze. Hij denkt dat hij Groenland kan kopen. En wanneer dat niet lukt wil hij Groenland wel met militaire macht veroveren.

De leefwijze van Nabot is: andere landen zien als koloniën die geplunderd en leeggeroofd kunnen worden zoals de keizers van Rome dat deden of zoals Nederland als koloniale macht dat gedaan heeft. 

Nabot staat voor de manier van leven waarvoor God Israël bestemd heeft: het leven in het beloofde land als een geschenk van God. Dat is leven in vertrouwen op God. Dat is je medemensen niet tot slaaf maken maar ze zien als broeders en zusters. Dat is rijkdom eerlijk delen. Dat is met zorg omgaan met de lucht, de grond het water en de oerwouden. Dat is liefdevol en verantwoordelijk omgaan met de dieren. 

God heeft Israël bedoeld als proeftuin voor de hele wereld. Wanneer de manier van leven van Nabot wereldwijd wordt overgenomen kan de wereld veranderen in het Koninkrijk van God.

Amen.