Lezing: Lucas 3
Voorganger: ds. Dick van der Vaart
Doopdienst
Zuivering, verlichting, vereniging.
Johannes riep zijn volksgenoten op om zich te laten dopen. Dat was een hele ongebruikelijke oproep. Zij die als Jood geboren waren hoefden zich niet te laten dopen. De doop was voor niet-Joden die Joods wilden worden. Door zich te laten dopen lieten zij zien dat zij in het vervolg van hun leven zich wilden laten leiden door de leefregels van de Thora die worden samengevat in de Tien Woorden en in het grote liefdesgebod: “Heb God lief boven alles en de naaste als jezelf.” En door het water van de doop werden hun daden die daar mee in strijd waren geweest weggewassen. Voor niet- Joden was de doop een hele bewuste keuze om de leefregels van God serieus te nemen.
Maar uit de oproep van Johannes blijkt dat in zijn tijd het Jood zijn voor velen zo vanzelfsprekend was, vanaf hun vroege jeugd hadden ze de leefregels van God gehoord, dat ze er niet meer over nadachten en ze niet meer werkelijk serieus namen en hun handelen er niet meer door lieten bepalen.
Johannes ergert zich hieraan. Hij roept ze op hun Jood-zijn serieus te nemen. Hij roept ze op de leefregels van God werkelijk als uitgangspunt van hun handelen te nemen.
“Jullie zeggen kinderen van Abraham te zijn maar dat blijkt niet uit jullie levenspraktijk. Jullie brengen geen vruchten voort. De bij ligt al aan de wortel van de boom van jullie leven.”
Zijn woorden maken indruk. De mensen vragen hem: “Wat moeten we doen om aan het oordeel te ontkomen?” Als antwoord geeft Johannes een paar voorbeelden die een concretisering zijn van de Tien woorden: “Deel je eten en je kleding met wie niets hebben.” “Tegen tollenaars zegt hij: “Vraag niet meer geld dan wat jullie is opgedragen. “Tegen soldaten: “Pers niemand af.”
Door zich te laten dopen maakten de mensen dus duidelijk dat ze de leefregels van God werkelijk serieus wilden gaan nemen. De doop was een uiterlijk ritueel die een innerlijke verandering bewerkstelligde. In de taal van onze traditie: door de doop sterft de oude mens en wordt de nieuwe mens geboren.
Maar Johannes voelt zelf aan dat de waterdoop. Hoe serieus men daarvoor ook kiest en hoe oprecht men die ondergaat, niet voldoende is om een innerlijke verandering te bewerkstelligen:
“Ik doop jullie met water, maar er komt iemand die meer vermag dan ik. Ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest en met vuur. “
Dat de doop met water niet voldoende is om een innerlijke verandering te bewerkstellingen blijkt uit het volgende verhaal:
Een Protestantse man verhuisde en kwam te wonen in een R.K. buurt. Daar werd hij hartelijk ontvangen. Vrij snel konden zijn nieuwe buren hem ervan overtuigen dat het beter zou zijn wanneer ook hij R.K. zou worden. Daarom liet hij zich dopen in de R.K. kerk. De pastoor zei bij de doop: “Je werd geboren als Protestant, je werd opgevoed als Protestant, je hebt geleefd als Protestant maar nu ben je R.K.“
Zoals u weet eten de R.K. op vrijdag geen vlees maar vis. Maar op de vrijdag na zijn doop roken zijn buren de geur van gebraden vlees. De pas bekeerde buurman braadde een biefstukje op de BBQ in zijn tuin.
De buren maakten hem duidelijk dat hij dit niet mocht doen. Ze namen het hem niet kwalijk. Hij zou nog veel moeten leren. Maar een week later roken ze op vrijdagavond weer de geur van gebraden vlees. Vanuit hun tuin gluurden ze in de tuin van de buurman. Ze zagen een stuk vlees op de BBQ liggen. De buurman stond erbij met een schaal met water waarin hij zijn vingers doopte en toen hoorden ze hem zeggen: “Je bent geboren als een koe, je bent opgegroeid als een koe, je hebt geleefd als een koe maar nu ben je een vis.“
De moraal van het verhaal is duidelijk: de waterdoop bewerkstelligt nog geen innerlijke verandering. De Protestantse man was niet veranderd in een Rooms –Katholiek en het vlees was niet veranderd in vis.
Wanneer de tijdgenoten van Johannes zich afvragen of hij de verwachtte Messias is dan antwoordt hij hun: “Ik doop slechts met water maar na mij komt iemand die doopt met de Heilige Geest. “
Alleen het vuur van de Heilige Geest kan werkelijk in de mens een innerlijke verandering te weeg brengen.
Maar om welke verandering gaat het? Het gaat om een verandering in de wijze waarop je de wereld ziet en jezelf beleeft.
Wanneer je jong bent beleef je jezelf als het centrum van de wereld. Je denkt dat de wereld om jou draait. Wat jou overkomt is bepalend voor hoe je je voelt. Overkomen je mooie gebeurtenissen dan ben je hemels gelukkig, overkomen je minder mooie dingen dan beleef je dat als een ramp. De wereld draait om jou.
Wanneer je ouder wordt dan ga je langzamerhand inzien dat de wereld niet om jou draait, dat jij niet het centrum van de wereld bent. Dat is pijnlijk maar ook heel bevrijdend. Gelukkig de wereld draait niet om mij! Er komt oog voor de ander/Ander, er komt ruimte voor medevreugde en mededogen. Er komt ruimte voor de schoonheid van kunst en natuur.
Wat de doop met de Heilige Geest bewerkstelligt is deze omslag: dat je niet langer denkt dat de wereld om jou draait maar inziet dat de wereld draait om God en dat je oog krijgt voor je medemens en de natuur en de kunst.
Nu probeert Johannes de Doper deze omslag te bewerken door mensen te dreigen met het komende oordeel. Maar dat werkt niet. Want wanneer je gaat dreigen dan worden mensen bang en wanneer je bang bent dan ga je proberen te overleven. Je handelt dan uit angst. Maar het is een angst om jezelf. Je wordt niet bevrijdt van het cirkelen om jezelf. De angst zorgt er voor dat je nog meer met jezelf en je overleven gaat bezighouden.
God is een God van liefde. God dreigt niet. God jaagt mensen geen angst aan. God verandert mensen door het vuur van de Heilige Geest. Dat vuur is een liefdesvuur.
Wanneer Jezus de waterdoop ontvangt, wanneer hij nadat Hij werd ondergedompeld in het water, hier weer uit oprijst dan scheurt de hemel open en daalt de Heilige Geest op Hem neer in de gedaante van een vurige duif. Uit de hemel klinkt een Stem: “Jij bent Mijn geliefde Zoon, in jou vind Ik vreugde. “
Het vuur van de Heilige Geest en Gods liefdevolle Stem bewerkstelligt in ons die innerlijke verandering waardoor wij niet langer onszelf maar God en de mens zien en beleven als het middelpunt van het leven.
Aan de ene kant alsof we dan minder belangrijk geworden zijn: we zijn niet langer het centrum van de wereld maar tegelijkertijd ontvangen we een Koninklijke waardigheid: “Je bent Mijn kind in jou vind Ik vreugde!” Amen.