23 maart 2025

25 maart 2025

Lezingen: Psalm 103 en Lucas 13, 1-9
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

In het begin van Lucas 12 lezen we dat Jezus Zijn leerlingen onderwijs geeft en dat om de kring van leerlingen heen zich een menigte van mensen verzameld heeft die meeluisteren naar Jezus ’woorden en af en toe ook een opmerking maken of een vraag stellen.

Wanneer wij denken aan onderwijs dan stellen wij ons voor hoe een docent voor een klas staat en de leerlingen in stilte luisteren en aantekeningen maken. Maar het onderwijs dat Jezus gaf was veel levendiger. Hij sprak met een welluidende stem , in poëtische taal, Hij gebruikte beeldspraak, Hij vertelde verhalen , gelijkenissen, Hij maakte de mensen aan het lachen, Hij provoceerde ze. Hij overdreef om zijn standpunten te verhelderen. Hij sprak de mensen liefdevol toe. Hij troostte ze. Hij beurde ze op. Wanneer hij provoceerde reageerden de mensen boos. Wanneer Hij overdreef riepen ze Hem toe : Jezus je overdrijft ! Wanneer Hij een grapje maakte lachten ze en reageerden ze erop met een nieuwe grap waardoor ook Jezus in de lach schoot. Soms raakte Jezus ontroerd en die ontroering raakte dan ook de menigte.

Zo’n levendige uitwisseling van gedachten en gevoelens kunt u zich voorstellen bij het verhaal van vanmorgen. Lucas schrijft dat er in de menigte die zich rond Jezus en zijn leerlingen verzameld had mensen waren die Hem vertelden over Galileeërs wier bloed door Pilatus was vermengd met hun offers. Wat er precies gebeurd is wordt niet duidelijk maar het lijkt erop dat een groep Galileeërs in de tempel in opstand gekomen is en daarbij door Romeinse soldaten gedood is.

En blijkbaar geloofden de mensen die Jezus deze moorden voorlegden dat de slachtoffers dit overkomen zou zijn omdat ze gezondigd zouden hebben. Ze hielden blijkbaar nog vast aan de overtuiging die in het boek Job al aan de kaak wordt gesteld n.l. de overtuiging dat het lijden dat een mens overkomt het gevolg zou zijn van zijn of haar zonden. Job ontkent dat . Hij beroept zich op zijn rechtvaardigheid en God stelt hem in het gelijk.

En ook Jezus ontkent dit. En hij wijst er nog op dat ook voor de achttien mensen die stierven doordat de Siloam-toren op hen viel, dit niet als een straf van God beschouwd mag worden.

En dan lijkt het net alsof Jezus opeens harde dreigende taal gebruikt:

Denken jullie dat die achttien doden schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen ? Zeker niet, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal sterven zoals zij.”

Maar zo moeten Zijn woorden niet worden begrepen.

Jezus zegt niet dat de mensen wanneer ze niet tot inkeer komen zullen sterven maar dat dit de consequentie zou zijn van hun eigen redenring dat de doden die gevallen waren het wel aan zich zelf te wijten zouden hebben omdat ze gezondigd zouden hebben. Wanneer zij inkeren in zichzelf en dan ontdekken dat zij ook maar gewoon zondaars zijn dan zouden ze dus in hun eigen redenering ook moeten sterven. Zo onbarmhartig en veroordelend als ze tegen de gevallen doden aankeken zo onbarmhartig en veroordelend moeten ze dan ook naar zichzelf kijken. Maar Jezus leert hen dat God niet onbarmhartig en veroordelend is maar barmhartig en vergevend. Daarom vertelt hij hen de gelijkenis van de vijgenboom:

Iemand had een vijgenboom geplant in een wijngaard maar na drie jaar heeft deze boom nog geen vrucht voortgebracht. En wanneer de eigenaar van de wijngaard dan de opdracht geeft aan de wijngaardenier, de beheerder van de wijngaard, om de vijgenboom om te hakken dan zegt de wijngaardenier: “ Heer laat hem nog dit jaar met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven, misschien zal hij dan het komende jaar vrucht dragen en zo niet dan kunt u hem alsnog omhakken.”

De wijngaardenier houdt van de boom. Je gaat houden van degene of datgene waar je voor zorgt. De wijngaardenier beseft dat het heel goed mogelijk is dat de vijgenboom het komende jaar ook geen vrucht zal dragen. Maar hij houdt ook rekening met de mogelijkheid dat die vruchten er het komende jaar wel zullen komen! De wijngaardenier gaat uit van wat er met wat extra zorg en aandacht wél mogelijk is. Hij behandelt de boom zoals wij zelf behandeld zouden willen worden. Namelijk dat men ons niet vastpint op ons onvermogen of onze tekortkomingen maar oog heeft voor onze mogelijkheden tot verandering en groei.

De wijngaardenier kijkt naar de vijgenboom zoals Jezus naar ons mensen kijkt: vol liefde en mededogen en met oog voor ons vermogen om te groeien.

Met enige regelmaat krijg ik te horen dat het beeld dat ik van God en Jezus schep te lief is en ik te weinig oog heb voor het kwade. Dat ik te weinig oproep tot bekering. Dat snap ik wel omdat ik in mijn preken en artikelen in de Kerkentrommel vooral de liefde van God benadruk. Maar dit betekend niet dat ik geen oog heb voor het kwaad. Ik geloof wel degelijk dat God het kwade veroordeelt. Hij veroordeelt de zonde. Maar de zondaar veroordeelt Hij nooit.

Het woord “oordeel” interpreteren wij vaak als het oordeel van een rechter die iemand veroordeelt of vrijspreekt. Het oordeel van God mag je m.i. veel meer zien als het onderscheiden tussen goed en kwaad. God onderscheidt tussen goed en kwaad, recht en onrecht. En de Heilige Geest schenkt ook ons het vermogen om te onderscheiden tussen goed en kwaad, recht en onrecht.

Wanneer Jezus ons oproept tot inkeer dan bedoelt Hij: “ Keer je in, in jezelf om daar de liefdevolle God te ontmoeten, die in je ziel Aanwezig is als een stralend licht. In dat licht en de warmte die er vanuit gaat mag je God ontmoeten. In dat licht ontdekt God je ook aan jezelf. Leert Hij je onderscheiden tussen goed en kwaad, recht en onrecht in je leven. En soms is het pijnlijk om jezelf onder ogen te zien. Maar je mag naar jezelf kijken door de liefdevolle , vergevende ogen van God. Alles wat je ziet is altijd al vergeven !

God is liefde en liefde drijft alle vrees uit. Hij houdt van ons en zal ons nooit verloren laten gaan. Niemand, niemand, niemand valt buiten zijn liefde. En die liefde verandert ons in mensen naar Zijn beeld en gelijkenis.

Wanneer Jezus mensen oproept om tot inkeer te komen, zegt Hij. “ Keer in, in jezelf en zie dan dat je geen heilige bent maar een zondaar. Jezus wil dat mensen zichzelf leren kennen. Jezus wil dat ze de menselijke eigenschappen in zichzelf gaan herkennen die liefde tot God en de medemens in de weg staan. En wanneer je die eigenschappen in jezelf herkent dan val je er niet mee samen. Je hebt er een zekere afstand van anders zou je ze niet zien. Dat betekent niet dat je er meteen van bevrijd bent. Je moet het wellicht nog tienduizend keer opnieuw onder ogen zien. Maar uiteindelijke zul je er van worden bevrijd door de Heilige Geest. Dat onder ogen zien van je tekortkomingen kun je zien als schuldbelijdenis. En wat je onder ogen ziet is je altijd al vergeven. Het is niet eerst schuldbelijdenis en dan vergeving maar eerst vergeving en dan schuldbelijdenis.

God is liefde en liefde drijft alle vrees uit. Hij houdt van ons en zal ons nooit verloren laten gaan. Niemand, niemand, niemand valt buiten zijn liefde. En die liefde verandert ons in mensen naar Zijn beeld en gelijkenis. Amen

 

 

 

Volledige kalender bekijken