Lezing: Psalm 104
Voorganger: ds. Dick van der Vaart
Gemeente van Christus,
Prijs de Heer, mijn ziel.
Heer, mijn God, hoe groot bent u.
Met glans en glorie bent u bekleed,
in een mantel van licht gehuld.
Zo begint psalm 104. De dichter van deze psalm kijkt naar de hemel op een zonnige dag. Witte wolken zo groot als bergen, zo zacht als witte wolken drijven door de blauwe lucht. De zon schijnt door de wolken en laat ze in een prachtige, zachte witte kleur oplichten. En de wat meer donkere wolken hebben gouden randen.
De immens grote wolken verschijnen in de oneindig grote blauwe ruimte van het hemelgewelf. De wind drijft de wolken voort. In dit schouwspel van licht, wolken en wind ontwaart de psalmdichter de majesteit van God: “Met glans en glorie bent u bekleed in een mantel van licht gehuld.”
In zijn verbeelding ziet de psalmdichter God die in een wolkenwagen zich beweegt op de vleugels van de wind. En in het spoor van die beweging wordt alles geschapen.
“U leidt het water van de bronnen door de beken, tussen de bergen beweegt het zich voort. Het drenkt alles wat leeft in het veld, de wilde ezels lessen er hun dorst. Daarboven wonen de vogels van de hemel, uit het dichte groen klinkt hun gezang.”
En dan volgt de oneindig rijke verscheidenheid van het geschapene: ceders van Libanon in wier boomkruinen ooievaars nestelen. De hoge bergen zijn er voor de steenbokken. In de kloven verschuilen zich klipdassen. Jonge leeuwen gaan ’s nachts uit op roof. Brullend vragen zij God om voedsel.
“Hoe talrijk zijn uw werken, Heer. Alles hebt u met wijsheid gemaakt, vol van uw schepselen is de aarde.” En God voedt ze allen op de juiste tijd. Ook de mens wordt door God gevoed door de gewassen die Hij laat groeien.
Waar ik u vanmorgen in het bijzonder op zou willen wijzen dat zijn de verzen 29 en 30:
“Verberg uw gelaat en zij bezwijken van angst, ontneem hun de adem en het is met hen gedaan, dan keren zij terug tot het stof dat zij waren. Zend uw adem en zij worden geschapen, zo geeft u de aarde een nieuw gelaat.”
“Verberg uw gelaat en zij bezwijken van angst”, dat is precies het omgekeerde van wat er aan het einde van de dienst in de zegen uitgesproken wordt: “De Here zegene u en behoede u. Hij doe Zijn Aangezicht over u lichten. En zij u genadig.”
Dat God Zijn Aangezicht over ons laat lichten, wil zeggen dat Hij ons zijn Aangezicht laat zien en op dat moment worden wij geschapen. Wij zijn er niet en dan kijken we op in het Aangezicht van God en zijn we. In leven zijn betekent in het licht van Gods Aangezicht te zijn. Wat er op lijkt is de liefdevolle blik van een dierbare. Wanneer we in de ogen van een dierbare kijken worden we opgetild uit het gevoel er niet te zijn. Wanneer we in de ogen van een geliefde kijken zijn we.
Maar als het zo is dat Gods liefdevolle blik ons geboren laat worden en we leven in het licht van zijn gelaat dan hebben we het gevoel te sterven wanneer God Zijn liefdevolle blik van ons zou afwenden. We hebben Hem nodig. Ieder moment van ons leven. Zonder die liefdevolle blik die ons en de hele aarde en alles wat daarop leeft schept vallen we weg in het niets.
Maar gelukkig kijkt God niet van ons weg. Wanneer wij het gevoel hebben in het niets weg te zakken mogen wij zijn liefdevolle blik weer zoeken en telkens opnieuw vinden. Zo is het ook met de aarde. De aarde is er omdat God er met liefdevolle ogen naar kijkt. Op het moment dat God zou wegkijken valt de aarde weg in het niets.
De psalm dichter beleeft dus een hele directe relatie tussen God en de schepping, tussen God en ons. En het probleem van onze tijd is dat de moderne mens die directe ervaring tussen God en de schepping, tussen God en de mens is kwijtgeraakt. Wij hebben niet het gevoel dat de aarde ieder moment door de liefdevolle blik van God uit het niets ontstaat en in stand gehouden wordt. De moderne mens heeft het gevoel dat de aarde er ook wel zonder God gekomen zou zijn en er kan zijn zonder God. De moderne mens ziet de aarde als een op zichzelf staand ding. En dat zorgt ervoor dat de moderne mens denkt met de aarde te kunnen doen wat hij wil. En hieruit ontstond de roofbouw die er op de aarde, de oceanen en de luchten is gepleegd. Hieruit volgt de klimaatopwarming.
Wat wij mogen leren is door de liefdevolle ogen van God naar de schepping te kijken. God kijkt met liefde naar de aarde en alles wat daar is bergen, beken, oerwouden, wilde ezels, klipdassen, ooievaars, leeuwen, vogels, dolfijnen, zeehonden noem maar op. Wij mogen de aarde bewonen en met liefdevolle ogen kijken naar al het geschapene en onze medeschepsels de dieren.
Uit de toespraak van Chief Seattle die gelezen werd door Greetje blijkt dat de oorspronkelijke bewoners van Amerika door de liefdevolle ogen van God naar de schepping keken:
“Leer uw kinderen wat wij onze kinderen leerden: dat de aarde onze moeder is. Wat er gebeurt met de aarde, gebeurt met de kinderen van de aarde. Als een mens op de grond spuwt, spuwt hij op zichzelf. Alles hangt met alles samen. Wat er gebeurt met de aarde, gebeurt met de zonen en de dochters van de aarde. De mens heeft het web van het leven niet geweven. Hij is slechts een draad daarvan. Wat hij met het web doet, doet hij met zichzelf.”
We mogen opnieuw leren met liefdevolle ogen naar de schepping te kijken. We mogen leren door Gods ogen naar de schepping te kijken. En dan zien we dat Gods hart in de schepping klopt.
Amen